Pinokkio Ontdek de wereld van Pinokkio!
 

Motorische programma's

Tijdens de peutergym op de dagopvanglocaties worden één of meerdere motoriek programma’s in acht genomen. Door rekening te houden op welk punt de kinderen zich in de ontwikkeling bevinden en door rekening te houden met de volgorde van de motorische programma’s die doorlopen moeten worden, wordt de inhoud van de peutergym bepaald.

De motorische programma’s zijn:

Opheffen van storende reflexen

Om goed te kunnen bewegen moet het lichaam zich onafhankelijk van het hoofd kunnen bewegen. Er wordt bijvoorbeeld een parcours gelopen met een pittenzakje op het hoofd, waarbij het kind het hoofd stil moet houden en de rest van het lichaam beweegt. Het is belangrijk dat deze reflexen onder controle zijn. Pas dan kan een kind verder gaan met de volgende stap in het motoriekprogramma.

Symmetrie

Werken aan symmetrie is een belangrijke fase die goed moet worden doorlopen. De meeste kinderen bevinden zich (bijna) in deze fase. Een voorbeeld van symmetrisch bewegen is springen met twee voeten, of met twee handen een bal stuiten. Als deze fase goed is doorlopen krijgt het kind een voorkeurshand (rechts- of linkshandig).


Evenwicht

Balanceren, lopen over verschillende ondergronden, stilstaan op een been of springen en landen zonder te vallen. Bij een veelzijdige bewegingservaring leren ze de balans in verschillende situaties onder controle te houden. In bijna alle situaties is het van belang dat een kind het evenwicht kan behouden. Een goed evenwicht is een belangrijke eigenschap om het motorisch leren verder te kunnen verbeteren.


Ruimtelijke oriëntatie

Dit heeft te maken met de omgeving waarin het kind zich bevind, en met de kennis van bepaalde begrippen zoals onder/op/achter/voor, kleuren en vormen. Ook het (her)kennen van lichaamsdelen hoort hierbij. Zo wordt duidelijk dat bewegen belangrijk is voor het leren van taal.


Ritme

Voorbeelden van ritme zijn: lopen, springen, klappen, galopperen, zingen en bewegen op muziek.